Ontvang elke werkdag een gratis nieuwsbrief in uw inbox - de Trompet Brief.

Matthew henry kx9lb7ludwc unsplash

Matthew Henry/Unsplash

Wat bedoelt u met... bekering? (Eerste deel)

Het ongelooflijke potentieel van de mens - Hoofdstuk 10

Vervolgd van Waarom bestaat de kerk? (Zesde deel)

Hoe vaak heeft u mensen die geen Christenen zijn niet met afkeer horen spreken over iemand die Christus wel belijdt: “Nou, als dat Christendom is, wil ik er niets mee te maken hebben!”

Hoeveel mensen zijn er niet die God beoordelen naar de levenswijze van degenen die beweren Christenen te zijn? Hoe velen zijn er niet die veronderstellen dat men eerst een volmaakt leven moet leiden voordat men een Christen kan worden?

Hoe velen verklaren niet: “Als ik met roken zou kunnen stoppen, zou ik een Christen worden.”

Hoe velen zijn er niet van mening dat een Christen verondersteld wordt volmaakt te zijn en nooit iets verkeerds te doen? Veronderstel dat u ziet of ervan hoort dat een Christen iets verkeerds doet. Betekent dit dat hij een huichelaar en eigenlijk geen echte Christen is?

Is het mogelijk dat iemand als Christen daadwerkelijk zondigt en toch nog steeds een werkelijk bekeerd Christen blijft?

De verbazingwekkende waarheid is dat slechts enkelen weten wat eigenlijk een Christen is. Slechts enkelen weten op welke wijze men tot bekering komt—of dit plotseling gebeurt, in één keer, of dat het tijd vergt. Vindt bekering inderdaad onmiddellijk plaats of is er sprake van een proces? Het wordt hoog tijd dat wij gaan begrijpen wat werkelijke bekering inhoudt.

Zondigt een Christen wel eens? En als hij dat doet, is hij dan “verloren”?

Laat ik eerst de vraag stellen, en beantwoorden: Wat is ware Christelijke bekering? Wat is een echte Christen in Gods ogen?

Wordt men een Christen door zich bij een kerk aan te sluiten?

Wordt men een Christen door te zeggen: “Ik neem de Heer Jezus Christus als mijn Heiland aan”?

Laten wij de bijbelse definitie eens opslaan. In Romeinen 8:6-9 kunt u lezen: “Want de gezindheid van het vlees is de dood, maar de gezindheid van de Geest is leven en vrede. Daarom dat de gezindheid van het vlees vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich niet aan de wet Gods; trouwens, het kan dat ook niet: zij, die in het vlees [die natuurlijk gezind] zijn, kunnen Gode niet behagen. Gij daarentegen zijt niet in het vlees, maar in de Geest, althans, indien de Geest Gods in u woont. Indien iemand echter de Geest van Christus niet heeft, die behoort Hem niet toe.”

Een Christen is dus iemand die de Heilige Geest van God heeft ontvangen en in wie deze Geest woont. Anders is hij niet van Christus, en dus geen Christen.

Onechte bekering

Miljoenen mensen kunnen zich wel uitgeven voor Christenen, maar als Gods Heilige Geest, die als Zijn genadegift geschonken wordt, niet op dat moment in hen woont, dan zijn zij geen Christenen.

Miljoenen mensen kunnen hun naam wel op de ledenlijst van een kerk hebben staan, maar “Hem toch niet toebehoren”—in feite zijn zij helemaal geen Christenen. Miljoenen mensen zijn op deze wijze misleid (Openbaring 12:9).

Begrijp dit goed! Iemand is pas een Christen—in Gods ogen—wanneer Gods Heilige Geest in hem woont. Anders niet!

Iemand die werkelijk bekeerd is, heeft dus Gods Heilige Geest ontvangen, en deze Geest woont dan in hem. Er is echter nog heel wat meer nodig om te kunnen begrijpen wat ware bekering inhoudt.

Ware bekering

In zekere zin vindt ware bekering inderdaad op een bepaald tijdstip plaats, plotseling. Maar anderzijds is het ook zo dat bekering geleidelijk tot stand komt; het is een proces van ontwikkeling en groei.

Denk hier eens goed over na!

Wanneer wordt men werkelijk een Christen? Op het moment dat men Gods Heilige Geest ontvangt. In Romeinen 8:9 staat dat tenzij de Heilige Geest in ons woont, wij Christus niet toebehoren en dus geen Christenen zijn.

Er is een bepaald tijdstip waarop Gods Geest in iemand komt. Op dat ogenblik dat iemand de Heilige Geest ontvangt, is hij in deze eerste zin bekeerd. Ja, in eens! Indien hij Christus’ Geest heeft, is hij van Christus—is hij een Christen. Het Leven van God is in hem gekomen. Hij is verwekt als een kind van God.

Maar betekent dit dat zijn behoud nu volledig is? Is hij nu in alle opzichten “behouden”? Is er verder niets meer nodig? Is hij nu plotseling volmaakt? Is het nu voor hem onmogelijk iets verkeerds te doen?

Nee, helemaal niet! Maar hoe kan dat en wat is dan de oplossing? Waarom is er zoveel wanbegrip?

Waarom begrijpt bijna niemand het werkelijke doel van het Christelijke leven?

Het doel van het Christelijke leven

Waarom begrijpt men het werkelijke evangelie dat Jezus Christus onderwees niet? Hij leerde het Koninkrijk Gods. De apostelen, inclusief Paulus, deden dit ook. Jezus sprak meestal in gelijkenissen. Laten wij er eens een of twee bekijken en zien wat Jezus openbaarde. Let op het ontzagwekkende en geweldige potentieel dat wij hebben.

Laten we de gelijkenis eens nemen van de man van hoge geboorte die naar een ver land trekt om later terug te keren. Dit staat in Lucas 19:11-27. Jezus is de man van hoge geboorte. Hij ging naar een ver land—naar de hemel waar Gods troon is, de zetel van de regering van het gehele universum. Jezus gaf deze gelijkenis, omdat Zijn discipelen dachten dat Gods Koninkrijk ieder ogenblik kon aanbreken. Ruim 1900 jaar zijn voorbijgegaan en het Koninkrijk Gods is er nog steeds niet.

In de gelijkenis riep Jezus Zijn tien dienstknechten en gaf hun tien ponden—ieder een pond. Dit is symbolisch voor een eenheid van geestelijke waarde waarmee ieder kon beginnen. Met andere woorden: het pond vertegenwoordigt het gedeelte van Gods Heilige Geest dat aan een ieder wordt gegeven die tot bekering komt.

Maar Zijn burgers haatten Hem. Zij verwierpen Hem als hun leider en zeiden: Wij willen niet, dat deze koning over ons wordt. Het Koninkrijk Gods is een gezaghebbende regering. Deze burgers ontvingen destijds geen bekering—geen “ponden”. (Zij zullen nog tot bekering komen, zoals zeer veel schriftgedeelten bevestigen.)

De reden waarom Hij naar de hemel ging, was om ”voor zich de koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en (daarna) terug te keren.” Met andere woorden: Hij ging naar de troon van de regering over het gehele universum, waar de almachtige God, de Vader, zit, om daar de wereldheerschappij in ontvangst te nemen. De kroningsplechtigheid zal dan ook plaatsvinden in de hemel, voor de troon van het universum. Wanneer Hij terugkeert, zal Hij gekroond zijn met vele kronen (Openbaring 19:12). Hij komt om alle naties te regeren met almachtig goddelijk gezag (vs. 15).

Terug nu naar Lucas 19. Bij Zijn terugkomst laat Hij Zijn slaven aan wie Hij geld gegeven had—d.w.z. de aanvangseenheid van Gods Geest bij de bekering—bij zich roepen “om te weten wat ieder met zijn handel bereikt had” gedurende Zijn afwezigheid. Dit betekent dat van elke Christen wordt verwacht dat hij geestelijk groeit—in geestelijke kennis en genade (2 Petrus 3:18). Het leven van een Christen is een leven van geestelijke scholing, van oefening voor een positie in Gods Koninkrijk, wanneer en nadat wij veranderd zullen zijn van sterfelijk tot onsterfelijk leven, wanneer wij niet langer uit vlees en bloed zullen bestaan, maar uit geest, met inherent eeuwig leven.

In de gelijkenis kwam de eerste en meldde dat hij hetgeen hem gegeven was vertienvoudigd had. U ziet dat het ontvangen van Gods Geest een gift van God is—d.w.z. het is God die dit doet—het is een gift uit genade. Wij kunnen het niet verdienen. Maar door het gehele Nieuwe Testament heen wordt duidelijk aangegeven dat wij zullen worden beloond naar onze werken. Wij worden niet behouden door de werken die wij hebben verricht. Deze man had door eigen inzet zijn geestelijke gave vertienvoudigd—zijn ene pond was nu uitgegroeid tot tien ponden. Hij ontving een grotere beloning dan degene die vijf ponden verworven had.

De man van hoge geboorte (Christus) zei tegen hem: “Voortreffelijk, goede slaaf; omdat gij in het minste getrouw geweest zijt, heb gezag over tien steden.”

Hij had zich gekwalificeerd om te regeren. Hij was gehoorzaam geweest aan Gods geboden, aan Gods regering. Wij moeten geregeerd worden alvorens wij kunnen leren te regeren.

De tweede slaaf had zijn voorraad geestelijke goederen vervijfvoudigd. Hij had zich tijdens dit leven in half zoveel als de eerste slaaf bekwaamd. Hem werd een half zo grote beloning gegeven.

Wordt vervolgd...

Ihp Nl