Wwb%20cover2

Wie of wat is het profetische beest? (deel een)

09-01-2017  •  Uit deTrompet.nl
 

De bijbelse profetieën onthullen gebeurtenis­sen in onze tijd, die binnenkort ons leven zullen veranderen. Belangrijke wereld­schokkende gebeurtenissen worden voorspeld in de symbolische taal van een mysterieus, de wereld beheersend, wild beest, dat wordt beschreven in Openbaring 13 en 17.

Is dit beest een geheimzinnige supermens, een we­relddictator die nog aan de dag moet treden? Is het de Antichrist—of een regering—of een kerk?

De belangrijkste vraag op dit moment is: Wat, of wie, zijn het beest, het beeld van het beest en het merkteken van het beest, waarover in het boek Openbaring wordt ge­sproken? Wat dit geheimzinnige beest, wat het verbijsterende beeld, wat het mysterieuze merkteken ook mogen zijn, wij moeten het te weten komen! Want de mensen van onze huidige generatie die dit beest of zijn beeld aanbidden, of zijn merkteken ontvangen, zullen de onbeschrijflijke marteling van de zeven laatste plagen ondergaan!

Onwetendheid zal geen excuus zijn! „Mijn volk gaat te gronde door het gebrek aan kennis”, zegt de Eeuwige in Hosea 4:6. En de beschrijving van de wachter uit Ezechiël laat zien dat degenen die onwetend zijn omdat zij niet werden gewaarschuwd, desondanks zullen lijden (Ezechiël 33:6; 3:18). God verwacht van de geestelijke leider van zijn volk dat hij Gods „wachter” is (Ezechiël 33:7) en het volk waarschuwt.

Wie zullen de plagen ondergaan?

In het boek Openbaring beschrijft Johannes de laatste waar­schuwingsboodschap: „Indien iemand het beest en zijn beeld aanbidt en het merkteken op zijn voorhoofd of op zijn hand ontvangt, die zal ook drinken van de wijn van Gods gram­schap, die ongemengd is toebereid” (Openbaring 14:9-10).

Deze profetie is uiterst belangrijk, want zij openbaart van tevoren gebeurtenissen die nu in onze tijd aanstaande zijn. In een visioen van de verschrikkelijke „dag des Heren” ziet Johannes hoe deze plagen beginnen neer te dalen! „En de zeven engelen, die de plagen hadden, kwamen uit de tempel … En de eerste ging heen en goot zijn schaal uit op de aarde, en er kwam een boos en kwaadaardig gezwel aan de mensen, die het merkteken van het beest hadden en die zijn beeld aanbaden” (Openbaring 15:6; 16:2).

Het heeft geen zin zich voor te stellen, zoals zo velen doen, wat het merkteken van het beest zou kunnen zijn. Deze profetieën zijn waarachtig. De vervulling ervan is aanstaande. Omdat deze en andere profetieën tot op heden nooit werden begrepen, negeren zelfs kerken, theologen en evangelisten de profetieën in het algemeen, en deze spoedig in vervulling gaande profetieën in het bijzonder. Teveel mensen trachten zich er in gedachten een voorstelling van te maken. Maar God zegt: „Mijn gedachten zijn niet uw gedachten” (Jesaja 55:8).

Wij kunnen dit met ons verstand niet doorgronden. Wij staan oog in oog met een harde werkelijkheid, niet met een onwerkelijk sprookje! Er is slechts één manier om achter de waarheid te komen. Dat is zorgvuldig, nauwlet­tend, in voortdurend gebed, met een open verstand, in overgave aan en onder leiding van de heilige Geest, alle getuigenissen in alle bijbelpassages die over deze kwestie handelen te bestuderen.

Wij kunnen niet vaststellen wat het merkteken van het beest is, voordat wij hebben geleerd wat, of wie, het beest is! Het betreft immers het merkteken van het beest. Wie, wat is dan het beest?

De bijbelse beschrijving van het beest

Het beest, het beeld van het beest en het merkteken van het beest worden alle in de eerste plaats beschreven in het 13e hoofdstuk van Openbaring. Bestudeer deze bijbelse beschrij­ving nauwkeurig. De apostel Johannes ontving deze bood­schap ten behoeve van u en mij in deze tijd. In het visioen zag hij „uit de zee een beest opkomen met tien horens en zeven koppen, en op zijn horens tien kronen en op zijn koppen namen van godslastering. En het beest, dat ik zag, was een luipaard gelijk, en zijn poten als van een beer en zijn muil als de muil van een leeuw. En de draak gaf hem zijn kracht en zijn troon en grote macht” (Openbaring 13:1-2).

De meesten die anderen over deze onderwerpen onder­wijzen en bepreken zien deze beschrijving geheel over het hoofd. Want deze beschrijving identificeert het beest. Als het beest een geheimzinnige superman of antichrist is die spoedig als werelddictator zal verschijnen, zal het inderdaad een eigenaardig individu zijn! Hebt u ooit iemand gezien met zeven hoofden, en met tien horens die op een van zijn hoofden groeiden? En hebt u ooit iemand gezien die op een luipaard leek, en kunt u zich een supermens voorstellen die de poten van een beer en de muil van een leeuw zal hebben? En zal hij verschijnen door uit een oceaan op te rijzen?

Dit zijn vanzelfsprekend allemaal symbolen. Het woord beest zelf is al een symbool. En ons probleem is het interpre­teren van de symbolen, want zij staan voor werkelijke, letter­lijke zaken. De mens echter kan bijbelse symbolen niet inter­preteren.

De Bijbel interpreteert zijn eigen symbolen

Wat wij willen beklemtonen is dat de Bijbel zijn eigen sym­bolen interpreteert! Als wij de waarheid willen weten, moeten wij ons uitsluitend door de bijbelse verklaring laten leiden, en niet door de interpretaties en denkbeelden van de mens.

De Bijbel zelf vertelt ons inderdaad wat zij voorstellen! In’ het zevende hoofdstuk van Daniël vinden wij precies deze zelfde symbolen beschreven. Ook hier is er sprake van de dieren, de zeven koppen, de tien horens; ook hier zijn de leeuw, de beer en de luipaard. En hier vertelt de Bijbel ons wat deze symbolen voorstellen.

God had Daniël inzicht in dromen en gezichten gegeven (Daniël 1:17). En Daniël had een droomgezicht (Daniël 7:1) waarin hij vier grote dieren zag (vers 3). En merk op dat de dieren, evenals in Openbaring, uit de zee opkwamen.

Het eerste leek op een „leeuw” (vers 4), het tweede leek op een „beer” (vers 5), het derde op een „panter” of luipaard (vers 6) en het vierde was zo vreselijk en schrikwekkend dat het niet met enig wild dier dat op aarde bekend is kon worden vergeleken (vers 7).

In de beschrijving was er slechts één kop op de leeuw, één op de beer en één op het vierde dier; maar het derde dier, de luipaard, had vier koppen—zeven koppen in totaal! En uit dit grote en vreselijke vierde dier groeiden tien horens!

Let nu op het laatste deel van vers 16. Hier komt de interpretatie! De vraag is nu of wij deze bijbelse interpretatie van de zeven koppen, de tien horens, de leeuw, de beer en de luipaard willen aanvaarden.

„Die grote dieren, die vier, zijn vier koningen die uit de aarde zullen opkomen”, aldus de interpretatie van vers 17. Het woord koning is synoniem met koninkrijk, en wordt alleen gebruikt in die zin dat de koning het koninkrijk waar­over hij regeert vertegenwoordigt, want in vers 23 lezen wij: „Dat vierde dier is het vierde koninkrijk, dat op aarde zal zijn.” Merk op dat het woord koningschap of (konink)rijk (zie Statenvert.) ook wordt gebruikt om de dieren in de verzen 18, 22, 24 en 27 te verklaren.

Wat betekenen nu de „horens”? Zie vers 24: „En de tien horens—uit dat koninkrijk zullen tien koningen opstaan.” Merk op dat de tien horens, of tien opeenvolgende ko­ninkrijken of regeringen, uiteen koninkrijk voortkomen, niet uit een mens of een supermens. Dit alleen al maakt duidelijk dat het beest geen mysterieuze persoon, geen supermens, is die nog moet komen. Ook dat het beest geen kerk is, zoals sommigen beweren, want er zijn uit een kerk nooit tien koninkrijken voortgekomen, en dat zal ook nooit gebeuren. En aangezien „koning” in deze profetieën alleen staat voor het koninkrijk dat deze vertegenwoordigt, en aangezien deze woorden onderling verwisselbaar zijn, volgt hieruit dat deze tien horens tien opeen­ volgende koninkrijken zijn die ontstaan uit het vierde konink­rijk dat over de aarde zou heersen! 

Vervolg op Wie of wat is het profetische beest? (deel twee)

Wwb Ad Nl2