Ontvang elke werkdag een gratis nieuwsbrief in uw inbox - de Trompet Brief.

15275

iStock.com/rglinsky

UNESCO wil archeologie in het oude Jeruzalem stopzetten

In een reeks resoluties heeft UNESCO de toekomst bedreigd van archeologische ontdekkingen in een van de belangrijkste steden van de wereld.

Regelmatig de afgelopen jaren tijdens het werk net onder de Zuidelijke muur van de Tempelberg, keek ik op van al het vuil en zag een cameraploeg hun apparatuur opzetten. Het leken geen Joden te zijn, maar eerder verslaggevers van het Palestijnse nieuws. Anders dan de meesten die langs de opgravingen liepen, stelden deze journalisten zelden vragen over wat we daar vonden of wat we daar aan het opgraven waren. In plaats daarvan zetten zij gewoon hun camera op een bepaalde locatie neer.

Met het eenvoudig omhoog richten van de camera konden ze de opgravingsplek filmen samen met de zwarte koepel van de Al-Aqsa moskee op de achtergrond. Na nog een paar minuten en nog meer afdrukken, pakten zij dan hun spullen weer in en gingen de straat weer op. Er was geen noodzaak om vragen te stellen of verder onderzoek te doen; zij hadden hun verhaal al klaar: De Joden proberen de Al-Aqsa te ondermijnen.

En zo werd de mythe van Israëlische wreedheid tegenover Islamitische locaties verder bestendigd. Voor de meeste mensen die enigszins bekend zijn met de situatie, is de gedachte dat de Israëlische regering de vernietiging van Islamitische geschiedenis in Jeruzalem direct zou ondersteunen een beetje vergezocht. Maar dat is niet het geval bij het belangrijkste orgaan in de wereld dat belast is met de bescherming van dergelijke historische locaties.

In de afgelopen twee weken heeft de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (unesco) ingestemd met twee schokkende resoluties die Israël (op niet subtiele wijze geïdentificeerd als “de bezettende macht”) veroordelen wegens flagrante schendingen van de Al-Asqa moskee en de al-Haram al-Sharif. De resoluties weigerden de beter bekende term “Tempelberg” te gebruiken om het gebied te beschrijven, aangezien dat historische geldigheid zou verlenen aan zowel de Joodse als Christelijke bewering dat dit ooit de plaats was van de eerste en tweede tempel van Israël en Juda.

In feite moest de algemene directeur van unesco, Irina Bokova, een follow-up verklaring geven waarin zij toegaf dat de locatie ook heilig was voor de Joden. Zij schreef dat “de Al-Aqsa moskee/ Al-Haram al-Sharif, het heiligdom van de moslims, ook de Har Habayit – oftewel de Tempelberg – is, waarvan de Westelijke Muur de heiligste plaats in het Jodendom vormt.”

Er was enig protest over de resolutie en de opvallende weglating van de term “Tempelberg”, maar er is een veel meer verontrustend aspect aan deze resolutie, en het wordt grotendeels over het hoofd gezien.

In deel vijf uit de unesco resolutie van 13 oktober staat;

[unesco] Betreurt ten zeerste het falen van Israël, de bezettende macht, om de aanhoudende opgravingen en werken in Oost-Jeruzalem te staken, vooral die in en rondom de Oude Stad, en herhaalt zijn verzoek aan Israël, de bezettende macht, om al dit werk te verbieden in overeenkomst met zijn verplichtingen onder de bepalingen van de relevante unesco conventies, resoluties en besluiten. …

Let erop dat de resolutie niet alleen is voor de bescherming van de al-Haram al-Sharif zelf, maar om “de aanhoudende opgravingen en werken in Oost-Jeruzalem, vooral die in en rondom de Oude Stad” te voorkomen.

Unesco en zijn Arabische sponsors zijn vastbesloten om alle archeologische opgravingen in en rondom de Oude Stad van Jeruzalem stil te leggen.

Dit is essentieel. Aangezien net buiten de muren van de Oude Stad, ten zuiden van de Tempelberg in een gebied dat technisch onderdeel is van Oost-Jeruzalem, een aantal van de belangrijkste archeologische opgravingen in de wereld plaatsvinden. Zeker voor degenen die geïnteresseerd zijn in Bijbelse geschiedenis, zijn deze opgravingen bijzonder significant.

In feite bevindt bijna heel het oude Jeruzalem – de stad van de Bijbelse Melchizedek, Koning David en Koning Salomo – zich op de bijna kilometer-lange heuvel direct ten zuiden van de Tempelbergmuur. Deze locatie is de plek waar de allereerste nederzetting van Jeruzalem is gevonden.

Het zou handig zijn als het oude Jeruzalem zich in West-Jeruzalem zou bevinden, dat door de meesten (ten minste op het moment van dit schrijven) als soeverein Israëlisch grondgebied wordt beschouwd. Echter, tot verdriet van veel Joden en vooral Arabieren, is het gebied waar de belangrijkste archeologische vondsten getuigen van een oude Joodse aanwezigheid (meer dan 1000 jaar voor dat Mohammed zijn opwachting maakte) gelegen in Oost-Jeruzalem.

Dit is de reden waarom in 1968, precies een jaar nadat de Zesdaagse Oorlog eindigde en Israël in controle achterliet over Oost-Jeruzalem, er een enorme opgraving begon net buiten de Tempelberg. Geleid door Dr. Benjamin Mazar van de Hebreeuwse Universiteit werden deze opgravingen een decennium lang voortgezet, uitgevoerd door lokale Israëli’s en door honderden vrijwilligers van over de hele wereld. Eindelijk was het oudste deel van Jeruzalem open voor door Israël geleide opgravingen. Israël had zeker de wens om in de Tempelberg te graven, maar dit werd te gevoelig geacht om zelfs maar met schep of schopje aan te raken.

In plaats daarvan, als daad van buitengewone welwillendheid, stond Israël aan Jordanië (de verslagen macht) toe om de dagelijkse controle over de Tempelberg uit te voeren. Sinds die tijd heeft er geen enkele Israëlische opgraving plaats gevonden op de Tempelberg, of de al-Haram al-Sharif.

De Israëli’s hebben geen opgravingen gedaan op de Tempelberg, maar dat houdt niet in dat er daar geen opgravingen zijn geweest.

Aan het eind van de jaren 1990 stond een Jordaans orgaan, dat belast was met de bescherming en het onderhoud van het gebied toe, dat er een enorme “opgraving’ plaatsvond om de El-Marwani moskee te kunnen creëren ten oosten van de Al-Aqsa moskee, binnenin de Tempelberg. In plaats van het volgen van moeizame archeologische procedures, rolden de Jordaniërs door diesel aangedreven opgravingsapperatuur naar binnen: bulldozers, graafmachines en kiepwagens.

Deze graafmachines leegden vrachtwagenlading op vrachtwagenlading (400 in totaal) van de meest belangrijke grond op de planeet.

Deze complete minachting voor de oudheid werd niet gepleegd door de Israëli’s, maar juist door de Palestijnen. Het was aan een handjevol Joodse archeologen om te lokaliseren waar de aarde van de Tempelberg was gestort, zodat zij konden beginnen het materiaal te zeven in een poging zoveel mogelijk kennis uit de vondsten te halen als nog mogelijk was.

Als er ooit een moment was voor de Verenigde Naties voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur om zich uit te spreken, dan was het toen wel geweest.

Toch hebben de jaren van het zeven door de afgedankte Tempelberg-aarde een schat aan artefacten opgeleverd die anders verloren zouden zijn gegaan. Er zijn Moslim-artefacten gevonden, zoals een 18e-eeuws zegel van de prominente Islamitische Qadi (rechter) Sheick ‘Abd al-Fattah al-Tamimi, die eveneens de grootmoefti van Jeruzalem was. Maar er zijn ook Joodse artefacten ontdekt – gedateerd tot 2½ millennia eerder. Artefacten zijn gedateerd vanaf de tijdsperiode van het leven van Koning Salomo en verder: duizenden aardewerkfragmenten, de Hebreeuwse zegel van “Immer” uit de zevende eeuw voor Christus (mogelijk dezelfde persoon die beschreven wordt in Jeremia 20:1), veel halve-sikkel munten uit de Tweede Tempelperiode, een potscherf van 2000 jaar geleden met een gravure van een menora, en een veelvoud aan andere items.

Deze bevestigen allemaal op overweldigende wijze de Joodse connectie met de Tempelberg – en voorafgaand aan de Islamitische periodes.

Maar, zoals eerder opgemerkt, zijn unesco en zijn aanhangers niet alleen geïnteresseerd in het negeren van de Joodse verbondenheid met de Tempelberg, maar ook met de Joodse geschiedenis in heel Jeruzalem. Dit geldt onder meer ook voor de opgravingen in de Stad van David, waar het Paleis van koning David langzaamaan wordt bloot gelegd.

De Palestijnen willen al heel lang hun eigen hoofdstad in Oost-Jeruzalem. Archeologische opgravingen die een vroegere Joodse claim op het gebied bewijzen, zullen dat alleen maar moeilijker bereikbaar maken. En dus hebben zij unesco voor hun karretje gespannen om de aanklacht van de Israëlisch vernietiging van Islamitische locaties door te zetten in een poging om deze opgravingen af te sluiten.

Dit komt precies op het moment dat er steeds meer bewijs aan het licht komt van de Joodse verbondenheid (met dit gebied). Sinds 2006 heeft de organisatie achter de Trumpet haar studenten en afgestudeerden gesponsord om af te reizen naar Jeruzalem en opgravingen te doen in precies deze gebieden direct ten zuiden van de Tempelberg. In samenwerking met Dr. Eilat Mazar, kleindochter van Benjamin Mazar, hebben studenten van Herbert W. Armstrong College, uit Edmond Oklahoma, hun handen in het vuil gestoken om het oude Jeruzalem te herontdekken.

Deze gebieden zijn rijk aan artefacten die niet alleen getuigen van een Joodse aanwezigheid gedurende drie millennia, maar eveneens steeds opnieuw de historiciteit van de Bijbel bevestigen.

Lees voor meer informatie over deze ontdekkingen: Archaeology Thunders: ‘Behold Your God!’ van hoofdredacteur Gerald Flurry.  

No Nl