Ontvang elke werkdag een gratis nieuwsbrief in uw inbox - de Trompet Brief.

Wie of wat is het profetische beest? (deel drie)

Wie of wat is het profetische beest? (deel drie)

Vervolg van Wie of wat is het profetische beest? (deel twee)

De dodelijke wond

Laten wij nu terugkeren naar onze beschrijving van het beest in Openbaring 13. Vers 3-5: „En ik zag een van zijn koppen als ten dode gewond, en zijn dodelijke wond genas; en de gehele aarde ging het beest met verbazing achterna, en zij aanbaden de draak, omdat hij aan het beest de macht gegeven had, en zij aanbaden het beest, zeggende: Wie is aan het beest gelijk? en: Wie kan er oorlog tegen voeren? En hem werd een mond gegeven, die grote woorden en godslasteringen spreekt; en hem werd macht gegeven dit tweeënveertig maanden lang te doen.”

Het hier gesymboliseerde beest is het beest dat de ko­ninklijke luister en macht had die worden gesymboliseerd door de muil van de leeuw (Babyion), de logge kracht gesym­boliseerd door de poten van de beer (Medo-Perzië), en de snelheid, sluwheid en wreedheid van de luipaard (Grieken­land). Daar de interpretatie van deze symbolen is te vinden in Daniël 7, en aangezien het vierde dier tien horens had, is de bijbelse verklaring van het beest uit Openbaring 13 dat het het vierde dier uit Daniël 7 is: het Romeinse Rijk, van 31 v.Chr. tot 476 n.Chr. Het door Johannes in Openbaring 13 beschreven beest had zeven koppen, maar de enige bestaande kop in de tijd dat Johannes dit moeilijk te beschrijven beest zag (het beest met de machtigste kenmerken van alle dieren die zijn voorgangers symboliseerden) was de kop van het vierde dier uit Daniël, dat de zevende kop had, en ook de tien horens. Die ene specifieke kop ervan, die ten dode gewond was (Openbaring 13:3), was dus de zevende kop: het Romeinse Rijk—de kop waaruit de tien horens verrezen. De tien horens stellen volgens de uitleg van Daniël tien opeenvol-gende regeringen voor die uit het Romeinse Rijk zouden voortkomen en zouden blijven bestaan tot de vestiging van het Koninkrijk van God bij de Wederkomst van Christus.

De dodelijke wonde was dus die welke aan het Romeinse Rijk werd toegebracht, toen het in de laatste stadia van verval onder de voet werd gelopen door de barbaren die in 476 n.Chr. aan de heerschappij ervan een einde maakten.

Merk op dat de draak het beest zijn macht gaf. Wie is de draak?

Sommigen zeggen: „het heidense Rome”. Willen wij ons echter uitsluitend laten leiden door de interpretatie die de Bijbel van zijn eigen symbolen geeft, dan zien wij dat de draak een symbool is van Satan, de duivel. Lees Openbaring 12: „En de grote draak werd op de aarde geworpen, de oude slang, die genaamd wordt duivel en de satan … de duivel is tot u nedergedaald in grote grimmigheid … En toen de draak zag, dat hij op de aarde was geworpen …“ (vers 9, 12-13). „En hij greep de draak, de oude slang, dat is de duivel en de satan” (Openbaring 20:2).

De mensen aanbaden het beest (Openbaring 13:4). Uit deze ene uitspraak concluderen sommigen dat het beest het paus­dom moet zijn, niet wetende dat het volk het Romeinse Rijk en zijn keizers aanbad! Zie hoe men het beest aanbad; men zei: „Wie kan er oorlog tegen voeren?” Het Romeinse Rijk was de grootste oorlogvoerende mogendheid die de wereld ooit had gekend. Dit beest doodde met het zwaard (vers 10).

De geschiedenis kent vele verslagen van de Romeinse keizerverering, want het heidendom was een staatsgods­dienst. Het volgende verslag komt uit Medieval and Modern Times van Robinson, een wat ouder studieboek, p. 7: „De keizerverering: In één woord, de Romeinse overheid was niet alleen schitterend georganiseerd … iedereen werd geacht deel te nemen aan de aanbidding van de keizer, omdat die het symbool was van de majesteit en glorie van het rijk … allen waren verplicht, als goede staatsburgers, deel te nemen aan de officiële offers aan het staatshoofd, als aan een god.” Maar toen de zevende kop van dit grote beest in 476 ten dode werd gewond, was dat toen het einde? Nee, de profetie zegt: „… zijn dodelijke wond genas … en hem werd macht gegeven om … tweeënveertig maanden lang te [blijven be­staan]” (vers 3, 5). De tien horens symboliseren tien opeen­volgende koningschappen die uit dit koninkrijk voortkomen. Door de tien horens die uit deze kop (het Romeinse Rijk) verrijzen, blijft het beest (de tien horens maken immers deel uit van het beest) dus tot de Wederkomst van Christus voortbestaan.

De tekst zegt dat een van zijn koppen ten dode gewond was. Het beest had de zeven koppen en de tien horens. Johannes ziet het beest, terwijl het leeft in de dagen van zijn zevende kop, het Romeinse Rijk. En hoewel deze kop van het beest een dodelijke wond had, genas die wond. Vervolgens regeren de horens, één voor één.

Het Romeinse Rijk in Noord-Afrika werd onder de voet gelopen door de Vandalen, die in 455 Rome plunderden. In 476 vestigde vervolgens Odoaker zijn regering in Rome, ge­naamd die van de Heruli. Maar deze regering genas de dodelijke wond niet, want het was een regering in Rome. Het was geen Romeinse regering, maar een van barbaren uit het buitenland.

Vervolgens was er het koninkrijk van de Ostrogoten, 493-554, een ander buitenlands volk dat in het gebied re­geerde. Het werd echter uit Italië verdreven en verdween.

Deze drie koningschappen, die het Romeinse gebied bin­nendrongen, vulden de periode die in de geschiedenis bekend­staat als „het overgangstijdperk” (zie Myers’ Ancient History, p. 571). Dat wil zeggen, een overgang tussen,de verwonding en de genezing van de wond.

Nu zag Daniël dat zich tussen deze tien „een kleine horen” verhief waarvoor deze eerste drie horens werden „uitgerukt” (Daniël 7:8). Er moeten dus nog 7 horens komen. Van die kleine horen zegt Daniël 7 dat diens „aanzien groter was” dan van de andere (vers 20; Statenvert.). Het pausdom overheerste alle horens die volgden volledig.

De dodelijke wond genezen

Het was door het vierde koninkrijk (gesymboliseerd door de vierde horen) volgend op de val van het Rijk in 476, dat de dodelijke wond werd genezen en het rijk werd hersteld.

In 554 vestigde Justinianus, de keizer van het Oosten, vanuit Constaninopel, zijn regering in Italië door middel van een keizerlijke vertegenwoordiger in Ravenna, en bracht te­weeg wat in de geschiedenis als „de Restauratie van het Keizerrijk” bekendstaat.

Lees nu vers 5 van Openbaring 13. Aan dit beest werd, toen het eenmaal was genezen, macht gegeven om tweeënveertig maanden lang te blijven bestaan.

In de profetieën die op de tijden van de bestraffing van Israël betrekking hebben, vertegenwoordigt iedere dag een jaar in de vervulling (Ezechiël 4:4-6; Numberi 14:34). Het genezen beest zal derhalve 1260 jaar blijven bestaan.

Na de genezing in 554 kwam het Frankische koninkrijk (Frans), het Heilige Roomse of Romeinse Rijk (Duits, daarna de Oostenrijkse Habsburgs) en het rijk van Napoleon (Frans). Maar toen Napoleon in 1814 verslagen was, bestond het

genezen beest niet langer. „Zo eindigde”, aldus West’s Mo­dern History, p. 337, „een regeringsstelsel dat van keizer Augustus [vanaf 31 v.Chr.] dateerde.” Het ging de afgrond in!

En van 554 tot 1814, de periode dat het „genezen beest” bestond, is precies 1260 jaar!

Op dat moment, toen acht van de horens verschenen en verdwenen waren, ging het beest zelf over in de toestand van niet-bestaan die in Openbaring 17:8 als „de afgrond” wordt gesymboliseerd. In 1870 echter had Garibaldi de vele kleine staatjes op het Italiaanse schiereiland tot één natie verenigd en het aldus gevestigde koninkrijk was het begin van de negende horen, die culmineerde in het fascistische bewind van Mussolini. 

Vervolg op Wie of wat is het profetische beest? (deel vier)

Wwb Ad Nl2